4.jpg

vuurstenen, gevonden bij EastermarAl ver voor onze jaartelling (4000 v. Chr.) was de omgeving van Eastermar bewoond door nomaden. Aan de Burgumer Mar is een belangrijke archeologische vondst gedaan van waaruit dit blijkt. Deze vondst staat bekend als het Leien-Warten Kompleks. Ook op vele andere plekken rondom Eastermar zijn belangrijke archeologische vondsten gedaan zoals mammoetkiezen en gouden ringen. Veel van deze vondsten zijn nu te bekijken in het streekmuseum Burgum.
Het dorp Eastermar is ontstaan doordat boeren zich vestigden op de hogere grond aan de oostkant van de Burgumer Mar. Wanneer de eerste bewoners hier zijn gaan wonen is niet meer na te gaan. De eerste stenen kerk is gebouwd rond 1200 op de zelfde plek als waar nu het kerkhof op It Heechsân is. Maar de gemeenschap moet een paar eeuwen ouder zijn. In de middeleeuwen stonden er al verscheidene boerderijen verspreid rondom de kerk en aan de noord- en zuidkant van It Heechsân.

Van 1500 tot zo'n 1750 is men op grote schaal bezig geweest met het vervenen van het gebied. De omgeving werd door deze activiteit erg beïnvloed. Door uitputting van het veen hield dit na 1750 op en vielen de inwoners terug op een agrarisch bestaan. Het meer de Leien (toentertijd: de Leyen) is ontstaan uit die veenafgraving.

kaart ui 1605Op een kaart uit 1605 is duidelijk te zien dat het huidige Heechsân toen Oostermeer heette. Ook is daar goed op te zien dat de Burgumer Mar (ontstaan in de ijstijd) er wel was maar de Leien (ontstaan uit veenafgraving) nog niet.

Tussen de Burgumer Mar en de Leien, op een kruising tussen weg en water (de Lits) is ondertussen een buurtschap, de Wâl, ontstaan van veenarbeiders. Deze plek ontwikkelde zich tot een plek van scheepvaart, handel en ambacht en werd de belangrijkste kern in het gebied. Dit bleef zo. Nadat de vervening ten einde was gekomen, is de oude kern op It Heechsân blijven steken in ontwikkeling. Vandaar dat het centrum van het dorp nu in Eastermar ligt en de oorspronkelijke kerk op It Heechsân te vinden is.

Na de periode van veenafgraving heeft de omgeving van Eastermar een agrarische ontwikkeling doorgemaakt en is de grond in cultuur gebracht. In 1920 was dit afgerond.

Eastermar in 1800

Op dit moment wordt het landschap zorgvuldig onderhouden, mede vanwege de historische waarde van o.a. het coulissenlandschap. De vereniging Eastermarder Lânsdouwe, houdt zich daar onder andere mee bezig.

Bekende namen uit de geschiedenis van Eastermar:

  • Elte Martens Beima: 1801-1873 Sterrenkundige, gestudeerd in Leiden en conservator van het Rijksmuseum Nat. Historie.
  • Tije Harms Tol: 1822-1897 Heelmeester en blauwverver.
  • Meint Hylkes Bottema: 1890-1918 Medeoprichter van de "Jong Fryske Mienskip" en schrijver van "De Jonge fan de Marsheide".
  • Dam Jaarsma, schrijver en verzamelaar van volksvertellingen